Groen geloof

Trouw schreef in Letter & Geest dit weekend over duurzaamheid als nieuwe religie. De redacteuren Dros en Van de Poll, beide theoloog, hadden zich verdiept in de uitspraken van een aantal prominenten uit Trouws Duurzame 100 en concludeerden dat de groene boodschap een religieus of spiritueel karakter heeft, om er vervolgens een karikatuur van te maken. Kritiek zou genegeerd worden, mensen zouden niet aan hoor en wederhoor doen en het heeft ‘potentieel totalitaire trekken’.

Ik begrijp eerlijk gezegd niet helemaal wat de auteurs met hun ‘groene catechismus’ beogen. Het is niet een serieuze analyse van de drijfveren van de duurzame ‘prominenten’. De auteurs hebben selectief gewinkeld in artikelen en lezingen van een klein deel van Trouws duurzame 100. Waarom niet een onderzoek naar de motieven van alle 100? Dan komt er al een heel ander beeld naar voren. In ieder geval een minder karikaturaal beeld.

Is het dan erg dat ze het religieus noemen? Nee, dat vind ik niet. De groep mensen die streeft naar duurzaamheid heeft ook kenmerken van een religie: een grotendeels gedeelde visie, ideeen over levensstijl, woordgebruik, herkenbare symbolen. Net zoals voetbal dat kan hebben trouwens. Maar wat me treft in dit stuk is dat de auteurs het hiermee wegzetten als iets sectarisch, iets waar je over kunt gniffelen en verder niets mee hoeft. En de boodschap zelf, dat er iets moet veranderen, wordt hiermee niet serieus genomen.

De reactie van Willem Schoonen hierop vind ik een verademing. Moest hij het werk van zijn collega’s rechtzetten? Hij onderstreept het belang van het religieuze karakter dat het streven naar duurzaamheid heeft. Hij geeft terecht aan dat het juist waarden zijn die mensen in beweging zeggen, denk aan schoonheid, de overtuiging het goede te doen. In 1967 schreef Lynn White jr. al dat de milieuproblematiek een religieus probleem is, omdat het raakt aan het beeld van onszelf t.o.v. de natuur, de aarde. De oplossing zou ook daar beginnen.

Daarmee wordt duurzaamheidsdenken niet zelf een religie, met ‘Wij eren de Aarde’ als credo (zoals de beide theologen sneren). Het gaat om fundamentele vragen, die een fundamentele doordenking vragen: hoe gaan we om met de ecosystemen, de natuurlijke rijkdommen en collectieve goederen? Welke rol spelen verdelingsvraagstukken? Willen we kritisch kijken naar de effecten van groeiscenario’s die alleen zijn gebaseerd op groei van BNP?

Het duurzaamheidsvraagstuk gaat om wereldbeelden, om waarden, om ideeen over kwaliteit van leven. De christelijke traditie (als ook andere religies) heeft hier al eeuwen ervaring mee en kan daarom de nodige inspiratie bieden aan zowel de religieuze als de geseculariseerde mens, om na te denken over ‘het goede leven’, waarmee we deze aarde duurzaam kunnen doorgeven aan de volgende generatie.

Geen reacties.

Reactie plaatsen

U moet zijn ingelogd om een reactie te plaatsen.